Posts tonen met het label natuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label natuur. Alle posts tonen

donderdag 15 maart 2012

Damsel in Distress


Snel maakt ze zich uit de voeten, maar haar achtervolgers geven niet op. Angstig schiet ze een andere kant op. Het lukt haar nauwlijks haar achtervolgers voor te blijven. Hoewel ze eigenlijk concurrenten zijn, wordt er nu eendrachtig jacht gemaakt op haar. Tegenover zoveel geweld is ze niet opgewassen. Ze wordt klemgezet en beide duiken ze boven op haar. Het is een worsteling van jewelste. De heren zijn, nu de lente in de lucht is, amoureus, maar zij is niet in de stemming. Misschien komt dat nog, maar nu in ieder geval nog niet, zoveel is duidelijk.

Zachtzinnigheid is ver te zoeken, maar nu heeft ze zich weer even los geworsteld. Niet voor lang overigens, opgeven is er voorlopig niet bij. Waarschijnlijk gaan ze door tot ze van uitputting neervallen. Nee zeggen blijkbaar ook niet. Met een luide verontwaardigde kwaak heeft ze zich nu onder het herengeweld uit gewrongen, voorlopig wordt dit minnespel lustig voortgezet. Ik had natuurlijk er bij kunnen blijven om te kijken naar de afloop. Wanneer wordt ze willig – vandaag nog of over een paar dagen en wie van de twee krijgt haar? Misschien zijn er nog veel meer kapers op de kust? Ik blijf niet kijken, hoewel het verleidelijk was.

Het hoort erbij. Het is Lente. Groei. Nesten bouwen en minnedans. Gefluit en getjilp om de potentiële  partners aan te trekken. Ieder het hoogste woord in de hoogste boom. Elke lente weer opnieuw. Ik vind het wel wat hebben en stel me voor dat je lief zich elk voorjaar weer opnieuw gaat inspannen om je te veroveren. Beslist niet verkeerd, maar liever niet van dat ruige gedoe zoals bij mevrouw Eend en haar minnaars. Ik blijf graag levend na de minnestrijd.










woensdag 25 mei 2011

TokTokTokTok

Steeds hoor ik maar weer gehamer. En dan stopt het weer om vervolgens weer te beginnen. Het begint irritant te worden. Verschillende keren speur ik de omgeving af welke klussende buur er aan de gang is, maar ik kan niets ontdekken. Vreemd is dat. Na een paar dagen wordt het bijna een obsessie. Waar komt dat geklop toch vandaan? Zodra ik de schuifpui open, houdt het kloppen op. Nog vreemder.
Vandaag is het mooi weer, de schuifpui staat open. Als ik weer het kloppen hoor, loop ik naar buiten. Ik begin iets te vermoeden. Heel rustig ga ik in de schaduw van de schutting staan en houd mijn adem in. Ik zie iets weg flitsen. Even later zie ik een koolmees met wat fluffig spul in zijn snavel. Ik zie waar hij naartoe vliegt en loop de tuin uit. Op de grens waar de uitbouw overgaat in de muur zit een loodslab die niet aansluit op de muur. Dáár zie ik in een klein gat wat takjes uitsteken. Ik zie de koolmees wegvliegen uit het gat. We hebben onderhuurders die hun onderkomen aan het inrichten zijn. En dat maakt lawaai.

dinsdag 24 mei 2011

Merel, Mus en Muis

De middag na het feest zit ik wat suf op een stoel naar buiten te kijken. Normaal staat er geen stoel voor de schuifpui, maar vanwege het feest nog wel. Ik zit zó dat de rugleuning mijn lichaam afschermt en rust met een arm en mijn hoofd op de rugleuning. Heel relaxed laat ik mijn ogen dwalen over het gebeuren in onze tuin. Hoewel van postzegelformaat gebeurt er ontzettend veel in onze tuin. Dat valt alleen op als je de tijd neemt om het te observeren.


Vlak voor de schuifpui liggen de neergegooide stokbroodkruimels. De 1e mus heeft die ontdekt. Hij hipt vrolijk pikkend de kruimels op. Even later arriveren mus nr. 2 t/m 6. Ze kijken eerst de spreekwoordelijke kat uit de boom op de schuttingrand en vliegen dan laag over om vlak naast mus nr. 1 te landen. Vervolgens krioelen en hippen ze door elkaar om elk kruimeltje te vinden. Af en toe vindt er een schermutseling plaats. Onder luid getjilp en vleugelgeklapper en naar elkaar pikkend proberen ze elkaar te verjagen. Juist, dat waren 2 mannen. Een van de mussen neemt een zandbad in een nog niet weggeveegd hoopje zand.


Even later begint de struik vooraan te schudden. Kijk ,ik zie ineens een oranje snaveltje uit de schaduw komen. Mijnheer merel wil ook wel even rondkijken. Ook hij hipt pikkend rond en verplaatst zich dan meer naar achteren in de tuin.


Een verlaten groot herfstblad beweegt in het uiterste hoekje. Vlak bij een oude gieter, een opgeklapte tafel en een hoopje bladeren. Daar komt een piepklein muisje onder vandaan. Een klein bruin bolletje dat zit op zijn achterpootjes. Hij wrijft met zijn voorpootjes over zijn piepklein snuitje. Die voorpootjes – bijna handjes – zijn oudrose. Zijn koppie draait heen en weer. De kust is vrij. Hij pakt een kruimel met zijn voorpootjes en eet die op, nog een kruimel. Tussen de kruimels door verplaats hij zich. Het lijkt net of hij wieltjes onder zijn lijfje heeft. Zo snel schiet hij heen en weer. Nu en dan als de merel weer wat dichterbij komt, schiet de muis weer weg. Even later is hij terug. Nog niet alle kruimels zijn weg. Het is aandoenlijk. Zo zit ik zeker 20 minuten naar dit schouwspel te kijken. Overdenkend of de muis een hij of zij is. Waar zijn nest zit, of we nu binnenkort een muizenplaag zullen hebben… etc. Ik besluit me er helemaal niet mee te bemoeien. Er zijn voldoende grotere vogels en niet te vergeten katten om een eventuele muizenplaag te voorkomen.



































Dan sta ik op. De rest van de feestrotzooi moet ook nog opgeruimd worden. Vooruit, weer aan de slag.