donderdag 14 juni 2012

ORANJE


ORANJE

Een vrolijke kleur, die mij absoluut misstaat, dus je zult mij niet in het oranje aantreffen, maar dat even terzijde. Hele straten zijn oranje, café’s zijn ingepakt à la Christo. Mensen zijn geschminkt, dragen oranje pruiken, maffe hoofddeksels en wat al niet meer en uiteraard is hun kleding eveneens oranje.










Een avondje televisie levert aan speciaal op het EK gerichte reclame op: die Frauschaft van Mercedes; ING; de gelukspoppetjes van de C-1000;








geluksarmbandjes van de Plusmarkt; voetbalplaatjes, een voorspelsjaal en ‘de vrouwen tegen de mannen’ bij Appie; Bavaria met het oranje Victorie-jurkje, Lipton Ice met een citroenautootje met Rafael van der Vaart. Die helemaal aan het bijbeunen is met zijn eigen glossie en op de cover van de  Playboy. En ik ben vast nog wel wat reclamespotjes vergeten. Alles en iedereen vindt dat hij/zij moet meeliften op het succes van en de populariteit van Oranje en het voetbal in zijn algemeenheid. Zelfs op het gewone journaal wordt er aandacht aan besteed, terwijl er toch ook nog een sportjournaal is - we kunnen best zappen hoor -, voor- en nabeschouwingen en iedereen heeft wel zijn zegje over voetbal. Bah wat goedkoop allemaal, geen enkel origineel idee zit ertussen.
Voetbal zou verbroederen, dat is het hele idee erachter. WIJ, met z’n allen SAMEN, eensgezind en sterk.
Tja, ik gun iedereen wel zijn pleziertje, maar nu is de gekte wel van God los. Een ander onderwerp hoor je niet besproken worden. En het is zo makkelijk: net als een praatje over het weer, wordt het onderwerp ‘voetbal’ misbruikt om maar een gespreksonderwerp te hebben. Zelfs voor het begin van een sollicitatiegesprek begon een van de recruiters over het voetbal. Of we allemaal gingen kijken? Wonderlijk eigenlijk, maar onderhand wordt het zóó ontzettend saai. Persoonlijk heb ik plaatsvervangende schaamte over de strapatsen van mijn landgenoten. Hoezo moet je al feest gaan vieren als er al een wedstrijd verloren is? De Duitse meneer uit de buurgemeente van Dinxperloo, maakte deze nuchtere opmerking: ‘Eerst maar eens winnen en dan een feesie bouwen, dat lijkt mij wel zo logisch.’ Ik vind het een terechte opmerking. Maar niet bij het Nederlandse volk, dat de schaamte voorbij is. Zijn andere landen ook zo bezig? Ik heb zomaar het idee van niet.

Maar goed: even goede vrienden en doe wat je niet laten kan. Jongens, ik hoor er niet bij hoor! Voor het overige vermaak ik me prima. Over een dikke 2 weken spreek ik jullie wel weer!
Ter lering en vermaak, hier nog wat kunst van Christo, ook ORANJE.








zaterdag 19 mei 2012

EEN SPROOKJE

Er was eens een man en een vrouw. Een gewone man en een gewone vrouw. Ze waren gelukkig met elkaar. Op een zekere dag zei de vrouw tegen haar man: ‘Ik denk dat jij een goede vader zou zijn. Ons geluk zou helemaal compleet zijn als wij samen een kindje hadden.’ De man was het met haar eens en ze deden wat alle mensen doen die een kind willen. De condooms bleven in het laatje van het nachttafeltje en ze probeerden en probeerden. Er gebeurde niets. Eerst dacht de vrouw nog: volgende keer beter. En toen: Misschien volgende maand….. en weer verstreek er een maand en toen nog een en nog een. Er gebeurde helemaal niets, behalve dan dat de vrouw verdrietig werd. Zij begon steeds meer naar een baby te verlangen. Toen er 2 jaar verstreken was ging de vrouw raad vragen.
Doen wij het niet goed soms? Misschien wel ja, zeiden de wijze mannen die ze raadpleegde. Een kind maken is een precies werkje en de timing is erg belangrijk. En met de adviezen ging ze weer terug naar huis. Helaas, hoewel ze precies de adviezen opvolgden, gebeurde er weer niets. Ten einde raad ging de vrouw naar een fee. Deze zei: ‘Neem op de 5de dag een drankje en doe dat 2 weken achtereen. Dan neem je de laatste dag dit andere drankje en dat is wat ik voor je kan doen.’
Eenmaal kwam de vrouw terug. De fee zei: ‘Ik kan het niet helemaal alleen. Jouw man moet ook zijn bijdrage leveren op de dag dat jij het andere drankje hebt genomen’. En tussen haar lippen door mompelde ze nog: ‘Ik dacht dat je dat wel onderhand wist.’
En deze maand gebeurde er wel iets. Alles wees erop dat hun wens in vervulling zou gaan. Na 9 maanden werd er een prachtig jongetje geboren. Hij was werkelijk beeldschoon met heldere blauwe ogen en blonde haartjes en een prachtig zacht perzikachtig huidje. Hij rook hemels. Om op te vreten zo mooi. De man en de vrouw waren dan ook verguld met hun prachtige zoon.
Urenlang kon zij naar hem kijken, terwijl zijn handjes door de lucht maaiden. Hij dronk goed en was een rustige tevreden baby. Natuurlijk huilde hij wel eens, dat doen baby’s nu eenmaal. Hij ging kruipen en staan en zij was steeds verrast door het wonder dat hun zoon was. Hij ging lopen. Ook dat was allemaal normaal.
Maar na verloop van tijd was het of een worm hun geluk aanvrat. Er was iets met het jongetje. Iets wat niet gelijk duidelijk of te benoemen was. Hun angst groeide langzaam. Er was iets mis. Hij bleef stil, hij begon niet te praten. Had hij eerst nog af en toe een woord gezegd, nu leek het of hij ze weer vergeten was. Het was ‘niet normaal’. Toen dat besef zich eindelijk bij hun gevestigd had, gingen ze te rade bij de wijze mannen. Die keken eens naar het jochie en schreven epistels vol en beraadslaagden met elkaar. Op een gegeven moment wisten de wijze mannen wat het kind scheelde.
Eigenlijk was het kind kerngezond, alleen ‘anders’, niet zoals wij allemaal. Uw kind begrijpt de wereld om zich heen niet, vertelden ze. Uw kind begrijpt u ook niet. Daarom ook is hij af en toe zo driftig. Hij is nu eenmaal zo. U moet ermee leren leven.
Hoe dan? Tja, daar waren weer andere wijze mannen en vrouwen voor.
Thuis aangekomen huilde de vrouw bittere tranen. Haar mooie zoontje was opeens een onbekende voor haar geworden. Ze beklaagde zich bij de fee. ‘Ja hoor eens,’ zei de fee, ‘Geen garantie hoor. U wilde een kind en dat heeft u toch? We hebben nooit afgesproken wat voor een kind. Ik heb alleen een beetje geholpen om de ingrediënten goed bij elkaar te krijgen, maar u heeft beiden zelf voor de ingrediënten gezorgd. Ik kan niet heksen hoor!’, zei ze verontwaardigd.
De vrouw keek haar verbluft aan.’ Maar je bent toch een fee?’ ’Jazeker, antwoordde ze, 'met diploma en alles, maar heksen is een andere tak van sport, dan ben je bij mij aan het verkeerde adres.’
Daarop ging de vrouw weer naar huis en vertelde alles aan haar man. Ze keek nog eens naar haar mooie jongetje. Ze besloten er maar het beste van te maken. Gewoon elke dag een dag doorkomen, daarna een volgende dag, enzovoort.
En inderdaad leerden de man en vrouw ermee leven. Langzamerhand begonnen ze steeds een beetje meer van hun jongetje te begrijpen. Af en toe ging het best goed en soms was het wat minder en heel soms (gelukkig maar heeeeel soms) was het ronduit moeilijk. Precies zoals het in het leven gaat.
Hier geen: En ze leefden nog lang en gelukkig…….. Het sprookje is nog niet uit. Hoe het verder gaat?
Tja, dat weet ik ook niet, dat is een ander verhaal. De tijd zal het leren.

On focus

Sinds enige tijd loop ik met dit idee in mijn hoofd. Maar nu moet het nog op papier.


Ik heb een grote hekel aan het huishouden en het huishouden houdt ook niet van mij. Het is niet leuk - moet dat dan, zal iemand vragen, het leven is niet leuk. Mijn antwoord: liever wel, carpe diem!


Ik ben die krekel die de hele zomer zingt en verkommert in de winter omdat ze verzuimd heeft een voorraad aan te leggen net als de ijverige mier (of was het een eekhoorn?) Het is nu eenmaal zo dat ik behept ben met een aantal eigenschappen. Sommigen daarvan worden positief bekeken en anderen of zelfs dezelfde krijgen een negatief label. Feit is dat ik behalve mijn best te doen, bepaalde zaken niet kan veranderen. Een Einstein zal ik beslist niet worden, dat was al duidelijk toen ik in de 2e klas zat te sidderen onder de driftaanvallen van mijnheer Bodde, adjunct directeur en wiskunde leraar. Ik snapte er niets van, maar dorst hem niets te vragen. Ik heb dus geen wiskundeknobbel en eerlijk gezegd heb ik hem ook nooit gemist. Het is alleen een voorbeeld om aan te geven dat binnen bepaalde eigenschappen je je kunt ontwikkelen, maar een talent, gave is je bij je geboorte gegeven.


Terug naar dat huishouden – jullie snappen nu vast wel – dat het mij kan overkomen dat de stofzuiger loeiend aanstaat, terwijl ik een stapel tijdschriften oppak om weg te ruimen. Maar wacht eens, moet ik ze wel allemaal weggooien? Misschien staat er nog bruikbare informatie in. En dan blader ik die tijdschriften door, raak geboeid door een artikel en ondertussen staat die arme stofzuiger nog te loeien. Voor mij is ‘poetsen’ een te vaag begrip, dat ontaart in allerlei terzijdes – misschien wel van huishoudelijke aard – maar niet efficiënt is.


Bij mij moet het zoiets zijn als. Slaapkamer. Stap 1. Kleding in de wasmand. Wasmand naar boven. Was in de machine. Machine aanzetten. Stap 2. Boeken terug in de boekenkast of in ieder geval op nette stapels (wij komen nl. eeuwig en altijd boekenkastruimte te kort). Stap 3. Raap nog rondslingerende sokken en andere zaken die niet onder 1 of 2 vallen op. Stap 4. Doe de stofzuiger aan. Stap 5. Stofzuig de kamer. Stap 6. Ruim de stofzuiger GELIJK weer op. Stap 7. Hehe, klusje klaar.


Ergens komt een dergelijk stappenplan mij akelig bekend in de oren. Jawel, dit heet structureren en ik doe dit al heel erg vaak voor mijn zoon Joren die vanwege zijn autisme die structuur nodig heeft. Een dergelijk stappenplan is bij hem opgedeeld, maar duurt in principe vanaf het opstaan tot het naar bed gaan.


Maar waarom lukt het me wel om een dergelijk plan voor mijn zoon te maken en niet voor mezelf? Het is niet zo dat ik bij het plan de mist inga, maar bij de uitvoering ervan. De computer schreeuwt, Kom, schrijf nu dat leuke stukje (dit dus) af en op tafel knipoogt een boek verleidelijk naar me om hem helemaal uit te kleden en me terug te trekken in een comfortabel hoekje; wij saampjes met z’n tweeën. Begrijp dan dat het geordende niet echt in me zit. Ik doe mijn uiterste best, maar nee. Ik word niet zo georganiseerd als mijn alleroudste vriendin B. die zo terug kan vinden wat er wanneer en waar in haar leven gebeurde, haar administratie picobello in orde heeft en een keurig opgeruimd huis. Het zit niet bij mij in mijn genen en dat bedoel ik letterlijk, aangezien mijn áandoening erfelijke componenten heeft.


Die aandoening heet ADHD, bij mij mag je de H weghalen, maar toch. 'Mevrouw', zei de psychiater, 'met ADHD bij uw kinderen, is het nu nooit bij u opgekomen dat u zelf ADHD heeft?' Ik geloof dat ik ter plekke ter aarde neerstortte van verbazing. ADHD? MOI? Dat kan helemaal niet!


Maar ik kan me hartstikke goed concentreren, riep ik uit. Als ik een boek lees, ben ik op een andere planeet, doof voor de realiteit op deze aarde. Aha, maar dat heet nu hyperfocus, a state of mind die ik vrij gemakkelijk kan bereiken. Ik ben dan super geconcentreerd, met als minpuntje dat mijn tijdsbesef eronder lijdt. Nu heb ik gelukkig in de loop van de tijd wel wat truckjes  geleerd, zodat het nog redelijk gaat. De truckjes heten kookwekker, klok en telefoon. Deze middelen zet ik in om toch weer bij de les te blijven.


Met die wetenschap begonnen de kwartjes te vallen. Alle kwartjes van DNB vielen zowat. Ohhh, nu snap ik dat……


  • Ik bij Ziggo die gesprekstijden niet haalde,
  • Mijn huishouden vaak een puinhoop is 
  • Het hollen of stilstaan is
  • Ik met teveel boodschappen thuis kom
  • Ik mijn dagplannen maar ten dele uitvoer
  • Ik wel makkelijk vriendschappen sluit, maar dat bijhouden zeg…. Moeilijk.
  • Ik mijn sleutels kwijt ben,
  • Ik de sloot in donder
  • Ik een driftkikker ben
  • En ga zo maar door, ik ben er vast nog een paar vergeten. 





Gelukkig, het anders zijn, een vaag iets, dat ik al eigenlijk vanaf mijn vroege jeugd ervaar, heeft een naam. Je krijgt een batterij uitleg, maar ergens lees ik telkens weer dat ik me moet voegen naar de wereld die wel een georganiseerd persoon wil.


Maar hoe zit het dan met de leuke kanten van ADHD? Die wil ik zeker benadrukken, anders wordt dit wel een heel zielig verhaal.


Bij deze wat slordige, ongeorganiseerde dame kun je altijd spontaan op de koffie komen. Zij laat direct de stofzuiger in de steek voor deze of gene die haar nodig heeft. Ze neemt alle tijd voor je. Spontaan zal zij ook reageren op leuke plannetjes en er nog een batterij aan toevoegen.


Vraag je om haar mening, dan zal je die ook krijgen. Vrij direct, zonder ambtenaren taal en de bijbehorende diplomatie. Niet grof, ze is er niet op uit om te kwetsen. Bij deze dame schieten  de plannetjes, schrijf- en ontwerpideeën als paddenstoelen uit de grond.


Zij is ook reuze creatief en haar brein is razend associatief. Wat zeg je: de dag heeft 24 uur? Nee, werkelijk? (maar dan heeft ze een dag in 'hyperfocus' of een 'flow' )


Aan de buitenkant is het bij mij niet te zien. Nou ja, autisme zie je ook niet van de buitenkant, maar bij mij zit de H van Heel Druk in mijn hoofd en stuiterbal ik niet tegen de gordijnen op of zo. Het standaard ADHD-beeld is bij mij niet van toepassing.


En nu, nu ik dit weet?


Nou eigenlijk niets. Niets raars of zo. De zaken die ik lastig vind, zal ik op een of andere manier anders moeten aanpakken. Je zwaktes kennen, is een hele sterke! Hulp vragen is ook een goede manier. Bij dezen, mijn lezers en lezeressen. Een beetje begrip helpt natuurlijk ook al een slok op een borrel, zowel voor mezelf – ik ben mijn ergste criticaster – als voor mijn omgeving.


En voor diegenen die nu denken. Ah gut, al weer zo’n etiketje, is dat nou nodig? Nee nodig niet, ik ben nog steeds degene die ik ben en was, met al mijn goede en slechte kanten. Volgens mij is dat ook de grote truc van de natuur. Diversiteit en variatie zorgen ervoor dat wij allen blijven bestaan. Een wereld vol met Einsteins is niet alleen saai, maar ook nog eens niet handig. De genenmix is op die manier een zegening, waarmee mensen in al hun vormen en maten, eigenschappen hun bestaansrecht hebben. Ik mag er zijn.
Hoera

donderdag 15 maart 2012

Damsel in Distress


Snel maakt ze zich uit de voeten, maar haar achtervolgers geven niet op. Angstig schiet ze een andere kant op. Het lukt haar nauwlijks haar achtervolgers voor te blijven. Hoewel ze eigenlijk concurrenten zijn, wordt er nu eendrachtig jacht gemaakt op haar. Tegenover zoveel geweld is ze niet opgewassen. Ze wordt klemgezet en beide duiken ze boven op haar. Het is een worsteling van jewelste. De heren zijn, nu de lente in de lucht is, amoureus, maar zij is niet in de stemming. Misschien komt dat nog, maar nu in ieder geval nog niet, zoveel is duidelijk.

Zachtzinnigheid is ver te zoeken, maar nu heeft ze zich weer even los geworsteld. Niet voor lang overigens, opgeven is er voorlopig niet bij. Waarschijnlijk gaan ze door tot ze van uitputting neervallen. Nee zeggen blijkbaar ook niet. Met een luide verontwaardigde kwaak heeft ze zich nu onder het herengeweld uit gewrongen, voorlopig wordt dit minnespel lustig voortgezet. Ik had natuurlijk er bij kunnen blijven om te kijken naar de afloop. Wanneer wordt ze willig – vandaag nog of over een paar dagen en wie van de twee krijgt haar? Misschien zijn er nog veel meer kapers op de kust? Ik blijf niet kijken, hoewel het verleidelijk was.

Het hoort erbij. Het is Lente. Groei. Nesten bouwen en minnedans. Gefluit en getjilp om de potentiële  partners aan te trekken. Ieder het hoogste woord in de hoogste boom. Elke lente weer opnieuw. Ik vind het wel wat hebben en stel me voor dat je lief zich elk voorjaar weer opnieuw gaat inspannen om je te veroveren. Beslist niet verkeerd, maar liever niet van dat ruige gedoe zoals bij mevrouw Eend en haar minnaars. Ik blijf graag levend na de minnestrijd.










dinsdag 13 maart 2012

Nee, nee, nee, nee geen HCCC

Barre tijden zijn er aangebroken, bar en boos. Maar vandaag is me iets zeer duidelijk geworden en daar ben ik blij om. Het geeft rust.

Ik heb in arren moede maar gereageerd op een call center job, let wel, bij gebrek aan huidige alternatieven. Bij HET leukste callcenter van Nederland, zo prijzen ze zichzelf aan. Het verhaal van een zeer enthousiaste dame aangehoord. Outbound bellen was haar grote passie (nou, nou dacht ik nog, dan is haar vent wel slecht af en vervolgens 'Mag ik een bakkie? Als ik nog 1 keer het woord passie hoor......." Vervolgens draait ze haar verhaal af in een rotgang - ik ben bang dat ze de snelheid van Matthijs van Nieuwkerk probeerde te evenaren - met natuurlijk de bijhorende powerpoint presentatie. Ohwoh, een bonus als je 4 weken achter elkaar 15 uur werkt van maar liefst 30 euri en als je het presteert om 4 weken minimaal 25 uur te werken dan valt je maar liefst 80 euri extra ten deel. Ze hielden zich aan de wettelijke regelingen (ook heel goed om te weten). Leuke goodies, allemaal samen pauze, etc, etc. Het kon niet op.

Maar toen kwam het: de targets. Ik had even wat kritische vragen gesteld. Hoe zit het nu precies met de beoordelingscriteria en gevraagd om uitleg. Het kwam me allemaal zeer bekend voor. Overigens was het gebouw helemaal super bekend: HCCC zit in het oude Quicknet gebouw aan de Havingastraat. Vrij snel wist ik genoeg en eenmaal boven op de belvloer was ik helemaal zeker. Het was een kakafonie van geluid en gekwebbel. Het K(w)akelhuis op de Noorderkade was er zonder overdrijving niets bij. Vol trots liet ze ook de monitors zien die bij naam en toenaam liet zien wie er het meeste verkopen had gedaan, wie er bijna on target zat en wie helaas helemaal niets had verkocht. En dit omdat ze je dan ter plekke konden coachen.
Ik kreeg het idee van een fabriekshal met een procesoperator die het productieproces nauwlettend in de gaten moest houden en direct ingrijpen als de machinerie ergens ging haperen.

Weer beneden werd een voorstelrondje gehouden. Vragen als: wie ben je, welke callcenterervaringen heb je en hoeveel uren wil je werken.

Mijn antwoord: 10 jaar Ziggo en hoeveel ik hier wil werken: nul uur. Ik ga hier niet mee door.

En dat was lekker om te zeggen: ik weet het 200% zeker dat ik hier niet wil werken. Niet voor een miljoen, niet bij het LEUKSTE callcenter, ondanks alle 'gezelligheid', bonussen etc.

Nee, nee, nee, nee, geen HCCC*!



HCCC staat voor HET Customer Care Center

zondag 11 maart 2012

Armband verhaal 'broodje Aap'?

Even een aanvulling op mijn vorige blog.

Een fan van mijn blogs heeft de kop ervan op haar page geplaatst. Dat leverde nogal wat reacties op. Een persoon dacht dat het een broodje Aap-verhaal was.

Jammer, maar nee het is echt waar. Daarom nu 2 links. De ene is van Nu.nl en de andere van de Deense nieuwssite. Aangezien Deens geen verplichtvak is in het middelbaar onderwijs in Nederland, kun je de vertaaltool van je browser aanzetten.

http://www.nu.nl/opmerkelijk/2380996/rode-armband-menstruerende-werknemers.html

http://epn.dk/samfund/arbmarked/article2246770.ece









Heb ik hiermee voldoende aangetoond dat het GEEN broodje Aap-verhaal is?  Ach wat, het is mooi weer, toedeloe!

vrijdag 9 maart 2012

ARMBAND









AMSTERDAM - Een bedrijf in Noorwegen heeft alle vrouwelijke werknemers verplicht om een rode armband te dragen tijdens hun menstruatie. De werkgever stelde deze regel in om te zien of personeel een geldige reden heeft om vaker naar het toilet te gaan. Deense nieuwssite EPN.dk

 


Is dit een 1 aprilgrap? Dat dacht ik nog, terwijl het nog lang geen 1 april is, maar desalniettemin was het bericht op zijn zachts gezegd zeer eigenaardig.

Het schijnt volgens dit bericht dat er een bedrijf is in Noorwegen dat zijn vrouwelijke werknemers verplicht een rode armband te dragen tijdens hun menstruatie. Dit alles om te zien of het personeel een geldige reden heeft om vaker naar het toilet te gaan.  

Ik zie deze situatie al helemaal voor me.



"Goedemorgen chef!" "Goedemorgen Maria". "Chef ahum, ik heb een rode armband nodig vandaag." "Oh, is het weer eens die tijd van de maand, nou vooruit dan maar weer. Die cycli van jou zijn wel erg kort trouwens. Vanaf nu wordt dit voor iedereen geregistreerd. Het is de indruk van het management dat er misbruik van wordt gemaakt en dat er dames zijn die ten onrechte met een rode armband rondlopen." Maria loopt met armband mopperend weg dat de slechte het weer eens voor de goeden verpesten.

Dan klopt Lars van HRM aan. "Kan ik je even spreken over een ideetje?" "Natuurlijk ouwe jongen, ga zitten, maar doe eerst de deur even dicht, want die kippetjes daar roddelen als de ziekte"


"Wat is er aan de hand?" Lars begint met dat hij klachten heeft gehad van het mannelijke personeel. Zo zijn er wat oudere mannen met prostaatklachten die vaker aandrang voelen. De heren willen een gele armband en de vraag is natuurlijk of dit wenselijk is. Uiteraard dient er wel een doktersverklaring te worden overlegd, iedereen kan natuurlijk van alles beweren om maar extra wc-tijd te claimen.


Aldus wordt besloten. Er wordt hevig gemord in het bedrijf. Vrouwen proberen de boel te belazeren door zogenaamd vaker ongesteld te zijn. Dit is natuurlijk een eeuwenoude truc die vrouwen al leren te gebruiken tijdens de middelbare school om van de gymles te kunnen spijbelen. Maar zoals aangekondigd wordt, zal er worden bijgehouden wanneer welke werkneemster ongesteld is en hoe lang. De chef krijg te eer om dit in een spreadsheet te vatten en er op bij te houden hoe hij zijn target: het terugdringen van ongeoorloofd wc gebruik gaat realiseren.  De chef heeft namelijk uitgerekend dat er op jaarbasis vanwege ongeoorloofd wc absentie er aan tijd toch wel snel 15 minuten per dag per menstuerende werkneemster verloren gaat. Op jaarbasis is dat toch gauw anderhalve dag per werkneemster. Dat moet anders kunnen besluit hij en vaardigt het volgende uit: vanaf nu worden vrouwen geadviseerd aan de prikpil te gaan. Twee vliegen in een klap, geen zwangeren meer en ook geen menstruatie. Eindelijk een eind aan al dat vrouwengedoe en belangrijker nog: target gehaald.


Helaas is er dan nog de groep oudere vrouwen, die – het is te genant voor woorden – last hebben van in meerdere of mindere mate van urine incontinentie, waardoor ze ook vaker naar het toilet willen. De chef heeft er het volgende op gevonden, zij krijgen een witte armband, geel is namelijk al in gebruik en de kleurtjes komen mooi terug in zijn spreadsheet. Loopt het toch weer de spuigaten uit, dan moeten ze maar aan de luier.


Tot slot dan nog een laatste groep: mensen met ingewandstoornissen en/of de ziekte van Crohn. Indien er sprake van is, kunnen medewerkers bij hun chef een bruine armband halen. (ja dat is een genante kleur, maar deze kleur armband was in de aanbieding!)



Bij de koffieautomaat vinden nu de volgende gesprekken plaats:


"Zo! Wat zien ik, een bruine armband? Je bakt ze weer bruin vandaag! HHHHaahahaha. Zeker weer te veel pizza gegeten. Volgens mij heb je een kaasallergie. Nou ik zie je, werk ze!! Hahahaha."



"Gossie heb jij TWEE armbanden? Hoe krijg je dat voor elkaar? En vertel eens, kun je nu nog vaker naar het toilet? " "Zeg, hoeveel heb jij je huisarts moeten betalen voor een valse doktersverklaring? Hij is behoorlijk in prijs gestegen."


Jazeker, mijn fantasie ging weer eens helemaal met me aan de loop. Nu is dit gelukkig nog fantasie, maar de aanleiding van mijn spinsels zijn dat helaas niet.

Misschien zijn er mensen die eens aan hun kin krabben en het eigenlijk helemaal niet zo gek vinden. Het zou per slot van rekening heel veel geld schelen als de duur en de frequentie van zeg maar het toiletbezoek zou worden teruggedrongen. Zo zijn er natuurlijk nog een aantal menselijke handelingen die tijdvretend en daarom onwenselijk zijn.

En zeg nou zelf: Als een verzorgende bij een oudere dame komt om haar te helpen haar steunkousen uit te trekken, moet ze eerst met haar mobieltje ‘inklokken’ bij een streepjescode bij de voordeur. Idem bij het weggaan met het uitklokken. Voor het uittrekken van de steunkousen staat zoveel minuten en zoveel seconden voor. Bovenstaande is al praktijk*. Ik weet nog niet of al is vertaald naar targets, maar het zou zomaar kunnen en al  lijkt bovenstaande een nachtmerriescenario, het is helaas al werkelijkheid.

Het meten-is-weten en het spreadsheetmanagement heeft vormen aangenomen die een glijdende schaal vormen. In eerste instantie is het alleszins redelijk om efficiënter te werken en kosten te besparen. Maar waar is de grens?Zijn we met zijn allen niet vreselijk doorgeschoten? Mensen zijn machines geworden die allerlei ‘kuren’ vertonen die ongewenst zijn en dat moet streng worden tegengegaan en bovendien allemaal gecontroleerd en gemeten worden. Het menselijk gedrag is zo dat bij een dergelijke controlezucht het een sport is om weer mazen in het systeem te vinden. En om dat tegen te gaan is daar natuurlijk weer zo’n manager (m/v hoor!) voor nodig die zelf feitelijk niets bijdraagt aan het product, maar alleen maar geld kost. Deze manager wil zijn baantje maar al te graag houden, natuurlijk, niemand vindt het leuk om werkloos te worden – en zal nog meer gaan meten en controleren om de job te kunnen rechtvaardigen en daarmee is de cirkel rond. Waarom pikken we dit? Helaas, ik weet het niet, en dat is jammer. Wie het weet mag het zeggen en maakt ons allemaal blij.

*een thuiszorgorganisatie in Oss