woensdag 15 februari 2012

Weduwen en Wezen

Rare titel, zullen jullie wel denken? Maar mocht je dat niet denken, is het ook goed. Weduwen en Wezen*, alleen gelatenen, overgebleven, in en in triest etc. Jullie weten wel wat ik bedoel.

Ik kom ze namelijk een paar keer per week tegen als ik de was ophang, sorteer of opberg. Ik heb al geruime tijd last van sokkenweduwen en dito wezen. Van oorsprong ben ik blond, dus daar zal het dan wel aan liggen, dat ik er totaal niets van snap. Ik koop ze namelijk in paren, die sokken dus.

Maar eenmaal gedragen door de eigenaar, begint de ellende. Een erg handige methode om snel je kleren uit te doen, is hoppa broek, onderbroek en mogelijk ook nog je sokken in eeeen soepele handeling uit te doen. Dit is een beproefde methode kennelijk, aangezien ik de resultaten vaak bij de wasmachine vind. Sok A blijft knus en gezellig bij boxer en jeans hangen, maar sok B heeft een wat meer avontuurlijk karakter en maakt van de gelegenheid gebruik om er tussenuit te sneaken, waarna hij na verloop van tijd ligt te verstoffen in een verre uithoek van de kamer of onder het bureau, dan wel andere muffe verstopplaatsen.

Maar inmiddels is sok A samen met alle andere sokken een heel ander avontuur aangegaan. Ze worden bij elkaar gepropt in een net en dan gewassen.

Overigens is het goed om te weten: sok A is zwart en B natuurlijk ook. C en D zijn ook een paar en zijn ook zwart, maar dan net even anders. Een pietsie meer versleten of ietsjes donkerder, een zweempje blauw in het zwart, een rossige gloed, een smal boordje of een bredere, sommige zelfs hebben een L en een R ergens op de zool of teen. Nu heb ik het nog steeds over zwarte sokken en de heren der schepping in mijn huishouden hebben zo’n beetje allemaal dezelfde schoenmaat.

En nu begint de ellende pas echt: welke sok hoort bij welke sok (nog steeds allemaal zwart)? En is een bepaald sokkenpaar – hoewel er soms ook sprake is van partnerruil, dus of het nu een echt paar is, is uiterst onzeker  -  nu van mijn man, de oudste of de jongste zoon. Helemaal ibbelig word ik er elke keer weer van. Mijn echtgenoot is van goede wil en bindt zijn sokken bij elkaar, boord omslaan en hoppa in de was. Ware het niet dat tijdens het wassen ze elkaar toch weer verliezen. Dus ja, het komt geregeld voor dat ik met een oneven aantal sokken eindig of dat er zelfs meerdere weesjes allenig  over het droogrekje hangen en hoewel het ogenschijnlijk allemaal paren zijn, de boel zo door elkaar is gemixt dat ik het heb opgegeven, hoewel ik verschillende oplossingen heb geprobeerd.

Zo had ik het lumineuze idee om P alle ‘ bruinige’  tinten toe te bedelen, L de zwarte en J de (donker)blauwen. Onhoudbaar gebleken wegens toch onverwacht aanwezig kleur- en modegevoel bij de mannen. Daarbij het lost het wezen probleem niet op.

Ze mogen het zelf uitzoeken. In dit geval niet figuurlijk negatief, maar fysiek en positief bedoeld. Hier mannen, op tafel ligt de berg en willen jullie er je eigen sokken uithalen en er en passant paren van maken? Aub, svp? Ook dit is niet haalbaar gebleken. Mijn mannen konden voor deze klus nog minder animo opbrengen dan ik.

Ik heb zelfs nog per persoon 2 wasnetjes gekocht en op elk netje een initiaal geborduurd (ja, te bizar voor woorden, ik weet ook niet waar dit staaltje van huisvlijt vandaan kwam). De eerste problemen dienen zich alweer aan: de wezen! Alle sokken moeten wel in dat netje terecht komen anders heb ik voor nop van die zakkies zitten borduren en werkt het systeem niet. En bij het drogen moeten ze er natuurlijk uit en dan moet ik ze weer per persoon ophangen. Links op het rek de sokken van P, rechts die van L en J's sokken over de leuning.

Maar er is licht in de duisternis, soms uit heel onverwachte hoek. Met een vriendin bezocht ik dat grote woonwarenhuis, waar het zo ongelooflijk moeilijk is niet teveel uit te geven (maar dat is weer een heel ander verhaal). Zij kocht een kastje met lades. 'Waarvoor,' vroeg ik nog, 'ga je het gebruiken?' Niet uit pure nieuwsgierigheid, maar om haar te ‘coachen’ in haar beslissing, ze twijfelde nogal over het zal ik wel of zal ik niet of toch wel. Voor de sokken, was het antwoord. Op dit moment stond er een grote mand in hun slaapkamer en alle sokken, JA ALLE SOKKEN van het hele huishouden gingen in deze mand. Iedereen, man en twee zoons dik tienerleeftijd konden daar hun sokken scoren. Dagelijks, want dat was de regel bij hun. Elke dag schone sokken! En zij zelf deed ook niet moeilijk. Ze hief een been en trok tegelijkertijd haar broekpijp iets op, zodat ik zelf kon constateren dat het er heel uniseks aan toe ging bij hun thuis qua sokken dan.

Maar ik stond paf! De oplossing voor de uitzoekerij: een mand of la of whatever en jongens, grabbel er zelf je sokken eruit. Helemaal toppie!! Ik ga ervoor. Ben benieuwd wat de mannen zeggen als ik met het voorstel kom.



* De term komt uit WordPerfect (antiek tekstverwerkingsprogramma uit de early days van de personal computer) en gaat over zinnen en alinea’s bij een pagina-einde.

zaterdag 24 december 2011

Solliciteren

Lang, lang geleden is het alweer. Van mijn broer kreeg ik ter gelegenheid van het behalen van mijn onderwijsakte een singletje “Solliciteren”, want dat was wat ik toen moest doen. Het liedje,  een Nederlandstalig liedje op een vrolijk wijsje gezongen door een –volgens mij- Limburgs bandje van wie mij de naam ontschoten is en die na dat ene hitje diep in de vergetelheid is gezonken.

Du most solliciteren- tatatada- solliciteren etc. Ik hoor het wijsje zo in mijn hoofd, maar verder dan dit ene zinnetje gaat mijn geheugen niet. [edit: in de auto op weg naar familie, springt het ineens in mijn geheugen dat het de Janse Bagge Bend is, niet te geloven waar je geheugen allemaal toe in staat is, de link http://www.jansebagge.nl/ voor wie het liedje nog wil horen]
Gezien het vrolijke wijsje is de link gauw gelegd, dat solliciteren een leuke aangelegenheid is. Niets is minder waar.

In die tijd, zo vlak na mijn afstuderen, jong en glanzend en nog vol vertrouwen in de toekomst die nu eindelijk zou beginnen, ging het de eerste tijd nog wel. Maar ja het waren de jaren 80, de eerste golf van bezuinigingen was gestart onder premier Van Agt. Omdat wij jong waren viel het allemaal wel mee. Er was nog tijd genoeg voor de toekomst, het na-studentenleven was leuk en bruisend en vol met jongeren zoals wij, bezig met activiteiten die met idealen van doen hadden. Natuurlijk solliciteerde ik wel, dat was ook toen al een verplichting van de Sociale Dienst (nu UWV) en ik deed vreselijk mijn best. Jaren later vond ik nog een doos met al die oude sollicitatiebrieven. Vertederend naïef, vond ik nu en verpletterend veel. Ik kreeg ook werk, maar het had niet veel om het lijf: wat vervangingsbaantjes en een WPO-plaats, zoiets als de latere Melkertbaan, een tijdelijke baan met de bedoeling om ervaring op te doen. Tja en daar is het bij gebleven. Ik verhuisde, verveelde me te pletter in Alkmaar Noord en solliciteerde op alles wat los en vast zat, totdat ik me realiseerde dat solliciteren naar 4 uurtjes ergens in Den Haag buiten alle redelijkheid was. Mijn onderwijsakte was door de fusiegolf al eigenlijk gelijk waardeloos geworden.

Ook nu weer zit ik in een periode met solliciteren, bijgestaan door allerlei mensen die je coachen en je vertellen je c.v. op te leuken en het ‘gat’ van nu toch al snel 10 maanden te dichten, want een aanstaande werkgever mag niet de indruk krijgen dat je ‘niets’ doet. Nog afgezien van hoe je dat ‘niets’ moet definiëren.

Ook heb ik een dikke stapel A-4tjes gekregen met sollicitatietips. Tjonge, dit werd echt studeren. Maar een harde wetenschap is het niet: als je nu het recept opvolgt, dan heb je een baan te pakken.

Nu ben ik zo’n 40 afwijzingen en 4 gesprekken verder en heb ik met vele mensen gesproken. Hele leuke hartelijke gesprekken met mensen die zomaar even de tijd namen om met mij te praten over de mogelijkheden binnen hun bedrijf en hun vak, die het oprecht speet dat ze geen plek voor me hadden. Dat was een geweldige eye-opener en het weegt op tegen de vele reacties die nietszeggend en ongeïnteresseerd waren.  

Dit solliciteren kost me slapeloze nachten en bloed, zweet en tranen. Je pompt je op –zoals de brulkikker zich oppompt om zijn liefdeslied te zingen- om jezelf zo goed mogelijk te presenteren, te verkopen. Daarna hoor je dat helaas de keuze niet op jou gevallen is, en hoppa de opgepompte ballon vol zelfvertrouwen loopt leeg. Nu is het zo dat de werkcoach van het UWV adviseert om dan navraag te doen naar het waarom, feedback dus. Dat deed ik dus braaf in de veronderstelling er iets wijzer van te worden. Maar meestal waren de aanstaande werkgevers niet zo happig om feedback te geven. Logisch, het is best lastig om iemand af te wijzen en dan ook nog eens (negatieve)feedback te geven. Maar als je erom vraagt, kun je het krijgen.
Ik kreeg reacties als:
  • Ik heb toch geen zin in een leerling;
  • Ik had niet netjes genoeg goedendag gezegd;
  • Ik kwam enthousiast en hartelijk over, jazeker het was een leuk gesprek, maar nou ja als ik toch om vroeg, ik had me misschien vlotter kunnen presenteren, in de zin van sneller een antwoord geven, want, dat nadenken kwam wat minder spontaan over;
  • Ik heb gewoon geen plek en nu je het zo vraagt: ik wil in een c.v. graag zien waarom het zo in elkaar steekt;
  • Je c.v. is een beetje te geweldig;
  • Je uitstraling is niet goed;
  • Er is geen ‘klik’;
  • Gezien de samenstelling van het team, kiezen we liever voor een jonger iemand;
  • Je c.v. is te zwaar;
  • Je hebt geen ervaring.

Maar nadat ik dit nader bezien heb, kom ik toch tot de conclusie dat ik er weinig tot niets mee kan, behalve dan het netjes goedendag zeggen. Niet dat ik me er bewust van was dat ik dit niet deed - ik ben per slot van rekening een keurige dame, maar voor de zekerheid haal ik wel weer zo’n Ziggo-zinnetje van stal, zoiets als: nog een hele goede dag verder. Voor de rest, is het lastig. Omdat ik van te voren niet kan weten waar het accent komt te liggen en nog belangrijker, ik ben wie ik ben, waarmee ik niet wil zeggen dat ik niets meer bij kan leren, maar mijn karakter is gevormd of misvormd naar gelang de bril die je opzet. Iets waaraan ik jarenlang aan heb gewerkt. Een boom aan de kust zal, door het aanhoudende gebeuk van de westenwind afgebogen zijn naar het oosten. Een proces van jaren, dat niet meer ongedaan kan worden gemaakt. Zo ook draag ik de ervaringen uit mijn leven als sporen in me mee. Het heeft geen zin om dat te ontkennen, het is gewoon zo.  

In een depressieve bui besluit ik dan maar naar de kapper te gaan. Een knipbeurt is hoognodig en het luchtige gebabbel van een kapper is een prima afleiding van al dat sombere gepieker, met daarbij het motto: Als je haar maar goed zit. (en wat dan? Eigenlijk geen idee) Ik geef de man de vrije hand, ik houd wel van een experimentje (vast een ADHD-achtig iets) en als hij van start gaat en mijn haar van mijn kop afvliegt houd ik even mijn hart vast, maar stel mezelf gerust met de gedachte dat mijn haar altijd weer aangroeit. Een gegeven waar ik vast op vertrouw, maar wat toch niet zo vanzelfsprekend is gezien een artikel dat ik laatst in de Volkskrant las, maar dit terzijde. Naarmate het knipproces vordert en ik het resultaat gadesla in de spiegel voel ik de drang om er dan ook maar een spetterend kleurtje in te gooien en ik spreek dat verlangen ook uit. Resultaat: paarse streepjes in mijn haar die helaas na een week al aardig vervaagd zijn. Met mijn portemonnee leger en toch nog depressieve buien op de loer, moet de conclusie wel zijn dat het motto als motto weinig voorstelt. Maar dit ook terzijde.

Waarom ik dit schrijf? Om lucht te geven aan mijn gevoelens over deze emotionele achtbaan en al die afwijzingen komen op de een of andere manier hard binnen. Alsof ik als mens niet goed genoeg ben. Natuurlijk weet ik dat het onzin is, maar het gevoel niet goed genoeg te zijn dringt zich naarmate de hoeveelheid afwijzingen toeneemt, aan mij op. Je moet zus of zo zijn, doen, zeggen, handelen om te voldoen en dat nu is iets wat grote onzin is. Het werkt niet om te denken dat als ik nu maar dit of dat gedaan of gezegd zou hebben, ze me zouden hebben aangenomen. Het schijnt zo te zijn dat binnen een seconde de beslissing al is gevallen (ergens gelezen, weet niet meer waar). Dan is het enige wat je kunt doen is rustig zijn, vertrouwen uitstralen en zorgen dat je schone kleren aanhebt en niet stinkt. Kort door de bocht, jawel, maar in de grond genomen wel waar. En een voorbereiding over wat je zegt is goed, omdat als het geïnternaliseerd is, van binnenuit helemaal waar, dan straal je dat uit, maar meer kun je niet doen. Laat ik me dat maar voorhouden.


En natuurlijk kwamen ook de twijfels. Deze onuitgenodigde gast die altijd meeglipt. Is dit wel het juiste pad, is dit de juiste keuze? Ik heb het soms zo gehad met alle keuzes die je moet maken. Geen keuzes hebben is verstikkend,  maar het teveel aan keuzes ervaar ik als net zo verstikkend door de hoeveelheid ervan. Daarbij kost het je bergen aan tijd. Denk maar eens aan weer die ellendige ziektekostenverzekering onder de loep nemen en weer de aanbiedingen van de energiemaatschappijen uitvlooien. Een keuze maken in de supermarkt waar je kunt kiezen uit wel 40 verschillende soorten koekjes, 20 verschillende soorten olijfolie en balsamico’s. Een beetje veel allemaal.

Maar nu is het bijna Kerstavond. Ik leg al deze zooi maar naast me neer, voor nu heb ik er even genoeg van. Tijd voor vrienden en familie en ik besluit dan maar een flinke neut te drinken en vol goede moed te zien waar het schip strandt.

Op een goed 2012!


Sollicitere

Gimme some lovin' - The Spencer Davis Group
S.Winwood / E.Masthoff
 
De perspektieve veur de toekoms die zeen nul komma nul
Al höbse noa veul zjweite enne universitaire bul
Al böste ongerwiezer, bankwirker of psycholoog
De komende joare böste waarsjienlik wirkeloos
Doe mos sollicitere, sollicitere !


Höbste al gesjreve ?
Viefensevetig breeve !
Den sjrief mer opnuuj !


Diene daag begint mit sjloape tot ein oer of teen
Doe kiks in de gezet of d'r neet urges baane zeen
Det vilt dich vies taege, doe sjleeps de res van diene daag
Doe veuls dich flink beroerd, doe krigs zenuwe oppe maag
Doe mos sollicitere, sollicitere !


Höbste al gesjreve ?
Viefensevetig breeve !
Den sjrief mer opnuuj !


's Moandigs moste weer bie de sosjale deens zeen
Veur de zoveelste keer völste weer dae breef in
Zjwart wirke duiste sjtiekem, af en toe
Mer jong kiek oet want auch de kontroleur kik toe
Doe mos sollicitere, sollicitere !


Höbste al gesjreve ?
Viefensevetig breeve !
Den sjrief mer opnuuj !


's Aoves es 't duuster wurt beginste pas te laeve
Doe kiks ens rondj, is neet urges get te belaeve ?
Doe geis noa ein Punk-band, missjien waal noa ein louche tent
Missjien geiste waal kieke noa de Janse Bagge Bend
Mer doe mos sollicitere, sollicitere


Höbse al gesjreve ? Viefensevetig breeve !
Höbse al gesjreve ? Zesensevetig breeve !
Höbse al gesjreve ? Zevenensevetig breeve !
Höbse al gesjreve ? Achensevetig breeve !
Höbse al gesjreve ? Neugeensevetig breeve !
Höbse al gesjreve ? Sjrief den mer opnuu


tekst van de Janse Bagge Bend van hun officiele website, zie link bovenin.



vrijdag 11 november 2011

Sinte Maarten

 
Toen eerst Piet en wat later ikzelf in Noord-Holland kwamen wonen, keken we raar op toen er s'avonds aan de deur werd gebeld op 11 november. Het Sint Maartenfeest wordt lang niet overal in Nederland gevierd, daarom waren we geheel onvoorbereid op de kinderen met de lampionnen aan de deur. Sterker nog: we hadden nog nooit van St. Maarten gehoord. Wel als de heilige Martinus natuurlijk, iets was toch nog was blijven hangen van de godsdienstlessen in onze katholieke opvoeding, maar als bedelfeest wat het van oorsprong schijnt te zijn, niet. Kinderen met lampionnen en liedjes waren voor ons een ongekend fenomeen. Noch in Brabant, noch in Gelderland of in Enschede, Piets geboortestreek, werd het in onze kindertijd gevierd.

Toch schijnt het al heel lang te bestaan. Als ik Wikipedia mag geloven bestaat er al sinds de 13e eeuw een 'Schuddekorfsdag'. De dag voorafgaand aan St. Maarten waarbij appels, kastanjes en noten door kinderen werden opgehaald, schudde men de  broodresten uit de broodkorven  voor de bedelaars. De opgehaalde waren werden vervolgens boven het Sint Maartensvuur geroosterd en wild door elkaar geschud, terwijl de jeugd eromheen danste en liedjes zong.

En daar kan ik me natuurlijk wel iets bij voorstellen. Sinds mensenheugenis is de winterperiode een periode waarin mens (en dier) het moeilijk hebben om te overleven. Voedsel is schaars, het is vroeg donker, de nachten worden steeds langer. In navolging van Sint Maarten die zijn mantel met een zwaard doorsneed en de ene helft aan een bedelaar gaf, zo was het de bedoeling dat kinderen door het zingen van liedjes wat extra voedsel bijelkaar sprokkelden afkomstig van de beter bedeelden.

Natuurlijk zijn er ook verwijzingen naar licht brengen in het donker. Niet voor niets lopen de kinderen met een lampion. Vroeger gemaakt van een uitgeholde suikerbiet, tegenwoordig wordt er op school geknutseld door de kinderen en maken ze meestal zelf een lampion.

Tegenwoordig heeft het feest natuurlijk helemaal niets meer te maken met waar St. Maarten voor stond en al helemaal niet meer met een bedelfeest. Wij in ons rijke Nederland hebben helemaal geen aanvulling op onze wintervoorraad meer nodig. Toch wordt het nog gevierd.

Na die eerste keren - we hadden nog geen kinderen - waarbij we onaangenaam verrast achter de bank kropen in het donker, met alle gordijnen potdicht de tijd uitzaten tot de meute aan onze deur voorbij was getrokken, zijn er vele Sinte Maartens gepasseerd.

Nu wonen wij al jaren in een kinderrijke buurt. Ons huis staat op een hoekje op een doorgangsroute. Door de jaren heen hebben we talrijke kinderen langs zien komen.

Eerst zie je peuters en kleuters, vergezeld en aangemoedigd door een mama of papa aandoenlijk hakkelend een liedje fluisterend verhaspelen. Ach en zo'n schattig kindje geef je wat. De oogjes blinken van alles wat er mooi en spannend is.

Een paar jaar later komen ze apetrots op hun geknutselde lampion hun liedje zingen, met nog een zekere verlegenheid grabbelen ze dan uit de snoepjesbak.

Helaas verliezen kinderen hun onschuld - het gebeurt ons allemaal - en dan raffelen ze hun liedjes af en hun grote uitgestrekte klauwen weten niet hoe snel ze een enorme graai in de bak moeten doen. In hun blik zie je gretige begeerte of lamlendige nonchalance. Met verbazing heb ik ook een keer een aantal jongens hun buit zien vergelijken. Ik heb véél meer dan jij (nah,nahna, nana)! De buit bedroeg zeker een aantal kilo's snoep. De buidel leek wel een mud aardappelen.

Afhankelijk van het aantal 'groters' dat op die manier hun buit bijeen vergaart langs onze deur is geweest, ben ik nog enthousiast over dit 'tradionele' feest. Wat mogelijk ook een rol speelt bij mijn verminderde enthousiasme, is het gebrek aan variatie in de liedjes. Er zijn er minstens een stuk of 25 bekend, maar bij ons hoor je de hele avond:


Sinte Maarten MikMak,
me moeder is een dikzak,
me vader is een duntje,
geef me een pepermuntje


of


Elf november is de dag dat mijn lichtje,
dahat mijn lichtje,
elf november is de dag
dahat mijn lihichtje brahanden mag, (op eningszins slepende toon gezongen) en met enige variaties als 'De tandarts boren mag'.


Meer dan een stuk of vier verschillende liedjes krijgen we niet te horen, iets wat ik behoorlijk jammer vind. Na een stuk of dertig of meer Sinte Maarten MikMaks heb je het wel gehad. Mijn grijns zit dan helemaal vastgekleefd aan mijn gezicht als ik dan 'leuk gezongen' mompel. En is het voor de zangers ook niet dódelijk saai als je hetzelfde oubollige liedje voor de zoveelste keer afdraait? Geen wonder dat je dan afgestompt je liedje opdreunt. Maar daarna is hun beloning zoet.


Ik zet vanavond wel weer mijn vrolijke gezicht op. Oprecht voor de kleintjes en helaas wat minder oprecht voor de groters. Wij hebben zelf ontvangen en nu zullen we geven. Met in gedachte dat waar Sinte Maarten voor stond.

En wie meer wil weten, mag ook Wikipedia of andere bronnen op het internet bezoeken. Denk aan Joren en mij vanavond.

Fijne Sinte Maarten! 


 

Sint Maarten, Sint-Maarten
We zingen langs de deuren een lied
Doe open, anders hoor je het niet.
Leg alstublieft wat lekkers klaar,
Dank u wel, mevrouw,
tot volgend jaar!



Stoockt vier, maeckt vier:
Sinte Marten komt hier
Met syne bloote armen
Hij soude hem gheerne warmen?

zaterdag 8 oktober 2011

Grasmaaier

Op een zonnige nazomermiddag staat onze schuifpui open. We genieten nog even van het mooie weer. Na de koffie gaan we weer 'wat doen'. Piet staat in de keuken wat te rommelen, ik doe wat administratiefs (waarschijnlijk iets heel saais zoals rekeningen betalen). Wij zijn niet de enige die 'wat doen'.

'Wat doen' kan soms behoorlijk veel geluidsoverlast geven. De opmerking van Piet was veelzeggend: 'Ik vind dat die vliegtuigen veel herrie maken!'
Ik moest hem toch wel even terechtwijzen. Sorry schat, het is de electrische grasmaaier van de buurman.
Dat klinkt grappig, maar het is de waarheid, hoewel het onlogisch is om dat grasveld van het formaat postzegel met een electrische grasmaaier te lijf te gaan. De herrie was afschuwelijk en het enige positieve wat je ervan kon zeggen is dat het ook weer vrij snel weer stil werd, vanwege de overduidelijke grootte van de klus.





Aan dit alles moest ik denken toen ik vanavond midden in een tvprogramma belandde. De discussie ging over energieverbruik met als strekking dat die drastisch omlaag moest. Het Nederlandse volk werd gesommeerd om komende maandag 10-10 minder energie te gebruiken. We moesten ons maar wat beter bewust worden. Gek genoeg moesten we ook maar een nieuwe zuinige koelkast aanschaffen als de 'oude' niet zo milieuzuinig was. Dat was beter voor het milieu.

Misschien is dat zo, al vraag ik me af of het weggooien van nog werkende apparaten wel zo energiezuinig is. Een nieuw apparaat zal vóór dat wij het kunnen kopen toch eerst geproduceerd moeten worden en dat kost ook energie, niet waar? Om maar niet te spreken van het gebruik van grondstoffen. De presentatrice zat het allemaal mooi te beamen, gespeend van enig kritisch inzicht en dat stoorde mij behoorlijk. Ik weet niet of ik mij nu geroepen voel om mijn computer uit te laten staan, niet te stofzuigen, in het donker te gaan zitten om maar een paar mogelijkheden te noemen. En of buurman in het vervolg zijn electrische grasmaaier laat staan, betwijfel ik ten zeerste.

woensdag 14 september 2011

Stiletto’s

Deze gebeurtenis is al een tijdje geleden voorgevallen. Tot nu toe heb ik het nooit opgeschreven.


Nu heb ik een ex-collega die mij maant om minimaal 1x per week haar een nieuw hilarisch verhaal voor te schotelen. Ik vind het schrijven leuk en een potje lekker lachen is ook niet weg. Gelukkig is mijn leven niet altijd zo hilarisch dat ik elke week in het water wordt getrokken door mijn hond of dat ik voor een afspraak in het verkeerde dorp ben beland.
Dan is wel de grote vraag of ik meer risico’s moet nemen, zodat ik vanzelf in heikele situaties beland die als ze beschreven worden tot lachsalvo’s leiden. Vandaar dat ik ditmaal put uit mijn geheugen.

Er was eens een zeer vermoeide treinreizigster...
Op een late namiddag stapte ik vergezeld van vouwfiets in de trein op weg naar huis. Behoorlijk afgepeigerd liet ik me op een klapstoeltje zakken. Naast mij was nog eenzelfde klapstoeltje in opgeklapte staat. Mijn vouwfiets stond vóór me opgevouwen tegen de wand in het voorportaal tussen de coupés in. Volgens het symbool op de deur was dit portaal speciaal voor de fiets.
Bekaf zat ik zonder iets te zien bij te komen van de zeer inspannende bezigheden bij een van de grotere callcentra van een kabelaar. Mijn treinreis zou maar een kwartier duren, dat is niet zo lang dat je een spectaculaire ontmoeting verwacht.
Na 2 stops waren we op station Alkmaar beland. Een zeer grote dikke man stapte in mét fiets. Hij zat me zo aan te kijken. Dat vond ik maar vervelend, ik wilde alleen maar rust en geen verstoringen in mijn kabbelende gedachtegang. Sussend zei ik dat ik er over 5 minuutjes uit was. Bij de volgende stop zou ik uitstappen. Maar mijnheer ging daarmee niet akkoord. Deze plek was gereserveerd voor een fiets en daar had hij ook voor betaald.
Gut, hij ging moeilijk doen, daar had ik echt geen zin in. Dus zei ik nogmaals dat als hij even wachtte ik weg zou zijn. Maar ik had hem kennelijk niet begrepen. Mijnheer wilde niet wachten. Mijn fiets was geen fiets (ja krab nu maar eens op je hoofd) Het ziet eruit als een fiets, het rijdt als een fiets, kortom dit was toch echt een fiets. Ik moest maar aan de overkant gaan zitten met medeneming van mijn fiets. Ja ho eens even, net was het geen fiets en nu weer wel? Wat een supervervelend gezeik allemaal. Kon die man nou niet eventjes wachten. Al die fuzz  was helemaal nergens voor nodig.
De dikke man had zijn fiets tegen een ander wandje gestald en plofte toen neer op het klapstoeltje naast me. Nu moet ik even uitweiden over de dikte van deze man. Ikzelf ben eufemistisch gezegd verre van slank. Deze man echter was wel 3x mijn formaat. Door zijn dikte zat hij zowat op mijn schoot. Onze lichamen maakten contact op een manier die ik hoogst onaangenaam en ongepast vond. Hij had zich met geweld ruimschoots binnen mijn persoonlijke cirkel gedrongen. Inwendig vloekend kon ik het niet opbrengen om tussen de wand en zijn massieve gestalte ingeklemd te zitten. Bovendien, ik weet bijna zeker dat hij dit met opzet deed. Woede kolkte door mijn hoofd. Ik stond op en daarbij stampte ik met mijn voet op die van hem. ‘Ah auw!’ ‘Oh sorry’, zei ik sarcastisch ‘ik had u echt niet gezien.’ ‘Mevrouw’, riep hij uit, ‘u deed het expres!’ (en of ik dat deed) Mijn repliek: Meneer u heeft nog geluk dat ik mijn stiletto’s niet aanhad.






Dat ik helemaal geen stiletto’s heb en me er werkelijk niet op kan voortbewegen deed niet ter zake. Ik had deze moordwapens graag aangehad en de hak met moordzuchtig genoegen op zijn tenen geplant.
Gelukkig kon ik er snel uit op het volgende station. Nee, echt netjes was dit tafereel natuurlijk niet. Het was gewoon een ordinaire ruzie om territorium. Maar spijt heb ik niet van mijn actie. Al te lang ben ik super beleefd geweest, heb ik me gevoegd en heb ik over me laten lopen. Dit keer heb ik van me afgebeten of moet ik zeggen geschopt?
Het gelijk in deze kwestie heb ik later nog eens besproken met een conducteur. Inderdaad was mijn vouwfiets geen fiets, maar viel in de categorie bagage. En daarmee moest de conclusie zijn dat Dikke Man formeel het gelijk aan zijn kant had. Hij had voorrang op de plek. Maar wie zegt dat je altijd je voorrang moet opeisen? Nee, deze man was beslist geen ‘heer in het verkeer’.

woensdag 7 september 2011

NAT

Het was weer eens tijd om de hond uit te laten. Gelukkig heeft Boris een sterke blaas, want ik dacht dat ik wel even het einde van de regenbui kon afwachten.

Helaas bleef de regen in stromen naar beneden komen en zag het er ook niet meer naar uit dat het droog of altans droger zou worden. Laat ik mijn oude winterjas maar aandoen, zodat ik straks nog een droge zou hebben als ik weer op pad zou moeten. Hoppa even mijn fiets gepakt en naar het losloopgebied gereden. Boris huppelt dan zo als altijd weer vrolijk mee. Regen of geen regen maakt hem geen donder uit. Modder overigens ook niet. Aan het einde van het pad zit er een gat achter de beschoeing van het vaartje. Dat gat is een heerlijke modderpoel die Boris wel kan waarderen. Als het even kan verdwijnt hij ineens in het hoge gras. Oh oh denk ik dan, ik ben weer te laat! En dan komt even later weer een zeer modderige Golden tevoorschijn. De naam Golden is dan ook niet meer treffend. Pikzwart met modderkluiten lijkt er meer op.

Dit keer keerde ik wat eerder terug, zodat we het gat niet zouden tegenkomen. Maar Boris is niet voor een gat gevangen. Nogal letterlijk helaas, want er was weer een nieuw gat ontstaan.
Getver. Moet ik nu in de stromende regen ook nog eens met de tuinslang de hond afspoelen? Ah, maar meneer zwemt graag. Hoewel een verplichte duik? Daar had hij geen trek in en hij haakte zijn voorpoten achter mijn benen. Nu was ik helemaal vast besloten. Het moest en zou een duik worden. Van Boris dan.

Dit soort acties in glibberig nat gras is niet aan te raden. Ook ik belandde in de brede sloot. Mijn winterjas zoog zich vol met water. Geen hond te bekennen gelukkig - op Boris na dan. Druipnat aan de wal geklauterd en terug naar huis. Ik had beter met de tuinslang aan de gang kunnen gaan, dan was ik waarschijnlijk droger gebleven.

Dat heet nu van de regen in de drup.

vrijdag 12 augustus 2011

Muisje in tuin

Ahhhh, wat schattig. Onze huismuis laat zich weer eens zien. Hééél voorzichtig pak ik het fototoestel en zet dat aan en laat me op mijn buik zakken. Het toestel rust op de drempel van de schuifpui en die is dicht. Zo kan ik een aantal foto's maken. Een paar staan er bij het verhaaltje Merel, mus en muis.

Hier is tie: